Blaasinstrumenten
Een blaasinstrument is een muziekinstrument waarmee geluid voortgebracht wordt door lucht te blazen in of over het instrument. De toon ontstaat doordat de lucht die geblazen wordt in of over het mondstuk aan het ene uiteinde van een resonator, meestal een klankbuis, de luchtkolom in de resonator in trilling brengt. De effectieve lengte van de resonator bepaalt, samen met de blaastechniek, de toonhoogte van de voortgebrachte toon. Bij de meeste blaasinstrumenten kan de effectieve lengte van de resonator door de speler beïnvloed worden door middel van gaten, een uitschuifbare buis, kleppen of ventielen, of een combinatie hiervan. Blaasinstrumenten worden gerekend tot de aerofonen. Niet alle aerofonen zijn echter blaasinstrumenten (zoals de accordeon of het pijporgel).
Het op de juiste manier aanblazen van een blaasinstrument is essentieel voor een goede toon en klank. Voor het blazen is vaak een zekere druk nodig (ademsteun genoemd) en het op de juiste manier gebruiken van de lippen om de luchtstroom te sturen of tot trilling te brengen (embouchure genoemd). Er zijn verschillende ademhalingstechnieken, maar de techniek die geadviseerd wordt is de middenrifademhaling. Er zijn ook bespelers van blaasinstrumenten die gebruik maken van circulaire ademhaling. Hierbij is het mogelijk om tegelijkertijd door te spelen en adem te halen.

Hout of koper
In de westerse klassieke muziek worden blaasinstrumenten traditioneel onderverdeeld in de houten blaasinstrumentn, kortweg het hout genoemd, en de koperen blaasinstrumenten, het koper. Er zijn echter veel blaasinstrumenten die niet in westerse symfonie- of harmonieorkesten voor komen en niet in te delen zijn volgens deze traditionele indeling in hout en koper. De indeling hout/koper is dus een onvolledige indeling, waar niet alle blaasinstrumenten in kunnen worden ondergebracht.
Tot de houten blaasinstrumenten worden de instrumenten gerekend waarbij de toon wordt voortgebracht door een labium, een enkelriet of dubbelriet.
Bij de koperen blaasinstrumenten wordt de toon voortgebracht door de in het mondstuk trillende lippen van de speler.

Indeling op basis van de wijze waarop de toon wordt gevormd
De verschillende manieren waarop de toon wordt voortgebracht staan hieronder opgesomd. In deze opsomming zijn ook aerofonen anders dan blaasinstrumenten opgenomen.

Labium
De meeste instrumenten die in het Nederlands met fluit aangeduid worden zijn instrumenten waarbij de luchtstroom op een scherpe rand (het labium) gericht wordt.
bamboefluit – blokfluit – dvojnice – kaval – dwarsfluit – panfluit – piccolo – quena – sjofar - shakuhachi – zummara

Enkel riet
Instrumenten waarbij het geluid met een enkel riet wordt veroorzaakt.
Riet tussen lip en mondstuk:
chalumeau - klarinet – saxofoon – taragot
Riet in afgelopen ruimte (mond/ zak/ kap)
doedelzak (sommige vormen)